Snel, strak en hard. Rob Halford en zijn band slaan weer genadeloos toe!

Het vorige album was uit 2014 en tussendoor was er nog het live album Battle Cry, maar nu is er weer een spiksplinternieuw album. Veertien nagelnieuwe nummers in bijna een uur tijd. Zonder concessies en vol overgave. In 1974 kwam het eerste album Rocka Rolla, nu 44 jaar later laat de band horen nog steeds mee te tellen in de wereld van de rockmuziek. De samenstelling van de band kent oudgedienden Ian Hill op basgitaar, al vanaf de oprichting bij de band en gitarist Glenn Tipton die al vanaf het eerste album meespeelt. Zanger Rob Halford heeft, met een onderbreking van ee paar jaar, altijd zijn stempel kunnen drukken op het geluid van de band, en trekt ook hier weer alle registers open. Rest mij nog om drummer Scott Travis (in de band sinds 1999) en gitarist Richie Faulkner te noemen. Faulkner. Laatstgenoemde speelt vanaf 2011 in de band en speelde voor die tijd voor onder andere Lauren Hill en Christopher Lee.

Stevige riffs en lange solo’s kenmerken de nummers op dit album. Necromancer heeft een pakkend refrein en ook Children Of The Sun is een nummer dat lang blijft hangen. Het één minuut durende, instrumentale, Guardians is een rustige introductie voor het stevige Rising From Ruins. De stem van Halford heeft nog steeds zijn kracht, het gitaarwerk van de heren Tipton en Faulkner klinkt hecht en scherp.

Flamethrower, Spectre en Traitors Gate zijn ouderwets aandoende nummers in een hedendaags jasje. Met de nodige gitaarsolo’s wordt er een muur van geluid gecreëerd waar Halford zich op mag uitleven. Het album eindigt met de ballad Sea Of Red waarin Halford laat horen ook ballads te kunnen zingen.

Het artwork is een afbeelding van snelheid en valt in dezelfde reeks afbeeldingen als de albums Turbo en Screaming For Vengeance. De hoes is de indicator voor het tempo op het album. Al met al valt er niets af te dingen op het nieuwe materiaal. Judas Priest doet nog steeds mee.