Met de naam Portnoy in de band, krijg je al gauw critici die er van alles van vinden. Papa Portnoy zal er wel iets mee te maken hebben. Naar mijn idee is papa Portnoy diegene geweest die genetisch zijn voorliefde voor het drumstel heeft doorgegeven en die daarnaast zijn zoon en makkers helpt waar het kan. Gewoon zoals iedere vader dat zou doen. Critici vinden dus van alles en zelden positief. Maar de luisteraar zal het een worst zijn wie er aan de wieg heeft gestaan van de bandleden. Ze waarderen een album of niet.

Wat Next To None op Phases neerzet kan ik wel waarderen en gaat verder dan ik Mike Portnoy de laatste tijd heb horen doen.

De verschillende fasen in een leven staan centraal op het album Phases. Wel leuk omdat de vier bandleden voorzichtig gezegd net de puistjes vaarwel hebben gezegd. Voormalig gitarist Ryland Holland verliet de band zelfs om naar school te gaan, hoewel bassist Kris Rank er wel voor heeft gekozen om het album tot drie ’s nachts op te nemen en daar diezelfde ochtend ook zijn weg naar school te zoeken.

Next To None is echter vastberaden om het te gaan maken en de bandleden zijn fulltime bezig met de band.

Na 13 wordt duidelijk dat het viertal in Answer Me door mag gaan als de progressieve broer van Slipknot. In het sterke karakter van de compositie weeft het pianogeluid subtiel door het geheel. Uiteindelijk evolueert de compositie in een extreem progressief muzikaal spektakel. Drum en gitaar proberen de melodie te ontwrichten, maar daar is deze te sterk voor. Het nagenoeg autobiografische The Apple van de hand van drummer Max Portnoy gaat groovend verder waar het gebleven is na Answer Me. Het stemgeluid van Thomas Cuce in de refreinen is sterk, opvallend en klinkt jong. Qua compositie is het eenvoudig te volgen en daar ligt een sterke troef voor de band. Het geheel is gebouwd op een stevige basis met een opzwepend drum- en gitaargeluid met daar tussendoor wat frisse techno-elementen.

Dat Max Portnoy kan drummen, was me al duidelijk, maar in de start van Beg bewijst hij dat nogmaals met een retestrakke start. Door wat Avatar-elementen toe te voegen aan Beg krijgt het geheel een wat frivool, olijk karakter.

Blijkbaar kan de spanning niet voortdurend op zijn piek acteren. Het muzikale geweld blijft in Alone even achterwege, maar de zwaargewichtenmetal steekt toch onverbiddelijk de kop op. Het zwelt aan en aan en op een gegeven moment wordt het extreem progressief in een kakafonie van geluid inclusief een aantrekkelijk Hammondgeluid en krachtig gitaarspel. Langzaam verhoogt het tempo en ook in de gitaarsolo lijken de vingers de blaren op te zoeken in snel spel. Uiteindelijk zorgt de zang van Thomas er weer voor dat er rust ontstaat.

De laatste compositie die geschreven is voor Phases is Kek. Geïnspireerd door een King Kongfilm start het met een sterk instrumentaal eerste gedeelte (inclusief techno-elementen) waarin gitarist Derrick Schneider het wederom aan de ‘stok’ krijgt met toetsenist en zanger Thomas Cuce. Heerlijke progressieve onregelmatigheden bieden de luisteraar een scala aan prikkels. En daar is de complete compositie mee volgestouwd. Dat betekent goed luisteren, even wennen en daarna genieten van de veelzijdige multi-instrumentale passages afgewisseld met piano en zang.

Ik ben ondertussen halverwege het aantal composities. De eerste zes composities hebben me wel geraakt. Met Clarity ligt er even een soort dipje. Het is een veelzijdige compositie die binnen het algehele karakter wat minder aanvoelt. Het heeft alle ingrediënten die ik ondertussen mag verwachten van Next To None, maar het geheel overtuigt minder.

Gelukkig raast het geheel weer in moordend tempo verder in een compositie die zijn naam een keer geen eer aandoet. Pause is snel, opzwepend en veroorzaakt de nodige kortsluiting in mijn neuronen. Met Mr. Mime gaat het verder. Ik ben het inmiddels gewend dat een stevige gruntpartij wordt afgewisseld met zuivere clean vocals en dat alles in een muzikale apocalyps. Slepende zangpartijen bieden een mooi contrast tegen dit decor.

Isolation is de instrumentale brug naar Denial dat misschien het beste past in het algemene beeld van progressieve rock c.q. metal. Het is fraai hoe het collectief het tempo naar beneden drukt om een uiterst zware riff weer terug te keren naar het vertrouwde geluid.

Dan heb ik er een uur progressieve metal op zitten en begint de epische afsluiter The Wanderer dat met bijna twintig minuten een sterk slotoffensief inluidt van een sterk album. Het bevat alle elementen die in de voorgaande composities naar voren zijn gekomen. Het was gewoon de drang om een lang nummer op te nemen en daarbij een flinke uitdaging. Door sterk af te wisselen in intensiteit en ritmes weet Next To None van de eerste noot tot de laatste de spanning te behouden en geeft het geheel een organisch gevoel. De nodige extremiteiten bieden een mooi evenwicht met de feilloos gevoelige passages in The Wanderer. Het spelen met techno-elementen klinkt sterk en met The Wanderer laat Next To None horen dat ze uitstekend in staat zijn om zichzelf te bewijzen. Los van het feit waar je vandaan komt en of je vader Mike Portnoy, Thomas Berger of Wesley Schneider heet.

Next To None staat op eigen benen en dat bewijzen ze keihard met Phases.