The_Dead_Daisies_Make_Some_Noise_1500x1500pxToen Revolución ruim een jaar geleden uitkwam, was het genieten van de rock and roll die de Dead Daisies neerzetten op het album. De band is door David Lowy voornamelijk opgericht om plezier te maken en de passie te delen die hij en de medebandleden inspireert en uitdraagt. De line-up staat niet helemaal vast, maar naast Lowy leent John Corabi nog altijd zijn stem voor de band en worden zij op Make Some Noise (dat op 5 augustus uitgebracht wordt) bijgestaan door niemand minder dan Marco Mendoza (Whitesnake, Thin Lizzy), Brain Tichy (Ozzy Osbourne) en Doug Aldrich (Whitesnake, Dio).

Stuk voor stuk top- en rasmuzikanten die de spirit en de passie op de harde schijf hebben weten over te brengen. Daar is werkelijk helemaal niets aan veranderd en blijkt een uitstekend uitgangspunt te zijn voor goede composities.

Opvallend is de positieve vibe en groove die The Dead Daisies naar voren brengen. Of het door de aanwezigheid van Doug Aldrich komt, is niet helemaal zeker, maar dat hij een meerwaarde is voor het totaalgeluid; daar kan ik me niet aan onttrekken. In Song And A Prayer en Mainline krijg je stevige rock voor je kiezen zonder opschmuk. Vooral inhet uptempo Mainline zorgt het stuwende karakter en de uitstekende riff voor kriebels in de nek. Maar juist ook in de eerste single en opener van het album Long Way To Go hoor je rock zoals het bedoeld is. De opbouw is uitstekend en de groove en de vibe druipen eraf. Daarbij heeft het een begin waar menig AC/DC fan het warm van zou krijgen.

Dat de rock van The Dead Daisies mede geïnspireerd is door wat bluesy kenmerken komt duidelijk naar voren in Last Time I Saw The Sun, How Does It Feel en All The Same. Naast, maar misschien ook mede door het bluesykarakter zou het ook bij een Aerosmithconcert niet misstaan.

Fortunate Son (Creedence Clearwater Revival) en Join Together (The Who) zijn de twee covers op het album die uitstekend vertolkt worden door The Dead Daisies. Iets dat een vanzelfsprekendheid is bij de band. De nummers worden ook live regelmatig gespeeld omdat het ijzersterke nummers zijn die leuk zijn om te spelen. En ja. Als plezier in muziek maken, bovenaan je voorwaardenlijst staat, ligt het opnemen van goede covers in het verlengde.

Tot nog toe is ieder nummer wel een feestje om naar te luisteren. Het titelnummer Make Some Noise maakt echter nog het meeste bij me los. Niet dat het misschien het meest hoogstaande nummer is van het album, maar het klinkt gewoon zo verdomd goed. Dit Joan Jett-achtige nummer is bijna nu al een klassieker. Een nummer dat een groove heeft die je bijblijft en die je ertoe aanzet om het volume te verdrievoudigen. Live kan het niet anders dan dat het nummer zich gaat ontpoppen als hét lijflied van de band. Want bij de groove hoort een uiterst krachtig en stevig drumritme en een tekst die meegebruld moét worden.

Blues-rock-and-roll in een tijdloze geest. Dat is eigenlijk wat ze hebben neergezet met Make Some Noise. En dat is daarbij precies dezelfde zin waarmee ik de vorige review afsloot. Geen kwaad woord over dit collectief.