
Het Amerikaanse instrumentale trio Russian Circles wordt over het algemeen gezien als een van de leidende bands in het postrock- en postmetalgenre. Albums als Station (2008), Geneva (2009) en Empros (2011) zijn klassiekers in het genre. Ook de rest van hun gestaag uitdijende discografie is zeer de moeite waard. Hun nieuwste plaat, met Nine als titel, is recentelijk uitgekomen.
Typeringen als zoetsappig en lichtvoetig zijn nooit van toepassing geweest op Russian Circles, maar op Nine klinken de heren zwaarmoediger dan ooit, zeg maar de gebruikelijke ‘gezelligheid’ van een gereformeerde zondagse kerkdienst in Staphorst of Barneveld. Een dominee die hel en verdoemenis predikt mag dan afwezig zijn, dit album bevat in de vorm van Empath en Seventh Seal twee uiterst straffe equivalenten. Met name de blackmetalinvloeden geven de nummers een kilheid die ik niet van Russian Circles verwacht.
Borehole, Eluvial en Meridian zijn wat meer archetypische nummers waarin Russian Circles hun klasse bewijst met door op geraffineerde wijze te spelen met dynamiek en verschillende stemmingen binnen hun muziek. Met subtiel aangezette keyboardlagen en elektronische effecten tegen een stevige gitaarmuur weet de band de luisteraar in hun inktzwarte muzikale labyrint te zuigen.
Het meest verrassende nummer op Nine is Arletta, een wonderschoon akoestisch interlude die wellicht het enige spreekwoordelijke lichtpuntje op het album is. De heldere doch organische productie van Kurt Ballou weet het instrumentale geweld in goede banen te leiden en geeft Nine zijn specifieke karakter.
Wellicht is Nine niet zo grensverleggend als het eerdere werk van Russian Circles, maar het is een uitstekende plaat die liefhebbers van instrumentale postrock en postmetal uren zoet zal houden. Aanrader!