Andrew Roussak bracht, na een aanzienlijke tijd, in 2019 zijn album Storm Warning uit. Deze klassiek geschoolde pianist uit Duitsland (met een oorsprong in Rusland) zet nu na drie jaar weer een stap verder met het album Crossing The Line. Een album waarvoor hij alle instrumenten weer zelf heeft bespeeld en de zang tevens voor zijn rekening heeft genomen.. Alleen de instrumentale afsluiter Suite En La Gavotte Et Six Doubles is gecomponeerd door J. Ph. Rameau en dateert uit de 17e eeuw. Dat is in de keuze van de instrumenten wel duidelijk.

Andrew heeft een sterke voorliefde voor het Hammond orgel en diegene met een Hammondfetisj komen ruimschoots aan hun trekken op het album. In Suite En La Gavotte Et Six Doubles maakt Andrew echter, vooral in het begin, meer gebruik van de Harpsichord en piano. Enerzijds is het een frivool klassiek deuntje dat je krijgt voorgeschoteld, maar in de elf minuten verandert het karakter geregeld en blijkt de muziek van weleer goed te passen in de huidige tijd wanneer flarden van Emerson, Lake & Palmer, maar ook Trans Siberian Orchestra langskomen en een strak gitaarspel en dito drumwerk de gaten uit het verleden elektrisch geladen invullen.

Wanneer we terug gaan naar het begin van het album, start Andrew met de compositie Invisible Killer dat naar mijn mening de eerste compositie is over corona en een eerbetoon is aan alle zorgverleners die de pandemie op velerlei gebieden bestrijden. In een progressieve setting zet hij zijn idee om in een muzikaal verhaal. De zang is voor mij hier niet overtuigend hoewel de manier van zingen in alles wel een soort van wanhoop weet neer te zetten. Zich ergens bewegend richting Pink Floyd met een gevarieerd aanbod. In Invisible Killer ontkom je natuurlijk niet aan het Hammondspel van Andrew. In alles straalt zijn spel klasse uit en is het duidelijk dat we hier met een uitstekende toetsenist te maken hebben.

Na Invisible Killer volgt het instrumentale Crossing The Line. In het algemeen ben ik niet echt een liefhebber van instrumentale muziek, maar op dit album kan ik het goed hebben. Andrew weet geregeld zo’n twist te geven aan de muziek dat het gemakkelijk en prettig weg luistert. Dan weer rockend en groovend om af te wisselen met diepgaande orgelsolo’s. En zo af en toe hoor ik wat terug uit de muziek van Alan Parsons. Andrew weet wat dat betreft het beste uit de symfonische rockgeschiedenis te bundelen in zijn eigen creaties. In het gemakkelijk te volgen Against The Tide zijn dat dan weer ideeën die bij Styx en/of Saga vandaan lijken te komen. De progressieve basis is ook hier hetgeen waar alles op gebouwd is. Na een intensieve solo beweegt alles naar een rustige plek waarin zang en piano bezit nemen van het geheel. Van daaruit bouwt alles zich weer op naar meer kracht en een heerlijke gitaarsolo die licht Floydiaans aanvoelt.

In Nation For Sale krijgt het progressieve accent meer ruimte. Het is Alan Parsons extra pittig in een onregelmatig aanvoelend ritme waarin tevens jazzinvloeden verwerkt zijn en waarbij je in combinatie met de prog- en scifi-elementen toch weer een mooi decor voorgeschoteld krijgt.

Het daaropvolgende Daily Lies is eveneens neergezet in een toegankelijk en progressief karakter. Qua stemgeluid zet Andrew hier een bijzonder stukje neer waarin het enigszins doet denken aan XTC in een mashup met Steely Dan. Hoewel de compositie lichtelijk eenzijdig klinkt, is dat allerminst storend. Er zijn namelijk genoeg kleine intermezzo’s die het geheel verrassend doen klinken.

Met Just One Life Is Not Enough komt er meer rust op het album. Hier gaat Andrew enige decennia terug naar de tijd van Emerson, Lake & Palmer, Jethro Tull en Blue Öyster Cult. Het intro is grotendeels instrumentaal. Daarna keert de old-school symfonische rock vanuit alle hoeken op je af met daarin natuurlijk een fikse portie Hammond, ondersteund door een strakke ritmesectie waarin drum en bas onbetwist de vaart erin weten te houden. Voer voor symfoliefhebbers want die krijgen hier genoeg waar voor hun geld.

Crossing The Line is een fraai album van deze multi-instrumentalist. De zang mag dan in de eerste compositie wat minder klinken. Verderop op het album is het album dik in orde. De progressieve rock die Andrew neerzet is doorspekt met symfonische invloeden en de geest van onder meer ELP en Alan Parsons waart rond. Vooral de liefhebbers van het Hammondgeluid komen ruimschoots aan hun trekken op Crossing The Line.