2019 is het jaar waarin ik dichter bij mezelf kwam door een keuze te maken die ik eigenlijk al veel eerder had moeten maken: ik ging een opleiding Verzorgende IG doen. Na superveel gelul, getwijfel en gepieker, hakte ik de knoop door en schreef me in. Op 4 februari stond ik om 0700 uur voor een dichte deur van een zorginstelling ergens in Alkmaar. De werkbegeleider waar ik contact mee had was er niet en een coördinerend verpleegkundige deed open. Ik liep met haar mee naar de huiskamer, deed een bakje koffie en vertelde wat ik kwam doen. Even later stond ik te kijken hoe ze een oude heer uit bed haalde, hem waste en aankleedde. Deze heer zou ik later als eerste helemaal zelf uit bed halen,wassen en aankleden. Hij was de enige met een platenspeler op zijn kamer. Samen met deze heer heb ik nog platen gedraaid van Queen en een Limburgse zanger waarvan ik de naam ben vergeten. Helaas is deze heer dit jaar overleden.  

 

Na deze chaotische eerste dag voor mij (logisch als je acht jaar lang telefonische klantenservicegesprekken hebt moeten voeren) wist ik drie dingen:

  1. Dit is het beroep dat ik wil doen.
  2. Mijn instelling ‘ik zorg voor deze mensen alsof het mijn eigen familie is’, is mijn anker om dit beroep te doen.
  3. Niet iedereen heeft deze instelling en daar heb ik geen invloed op.

Nu, bijna een jaar verder heb ik veel gezien en meegemaakt. En mijn instelling is nog steeds hetzelfde. Sterker nog, hij is nog rotsvaster geworden. Ik ben dol op superhelden, maar de enige keer dat ik me een superheld voel is als ik mijn gezin gelukkig zie of als ik een zorgvrager gelukkig zie. Als ik mensen voor heel even kan laten vergeten in wat voor shitzooi ze zitten, al is dat door ze naar hun favoriete muziek te laten luisteren, dan voel ik me een superheld.

Over superhelden en muziek gesproken, het beste live optreden van 2019 was uiteraard Tool op Rock Im Park. Mijn jeugdhelden zetten een perfecte set neer met heel oud werk (ze speelden o.a. Part of Me mijn favoriete nummer van Opiate) en natuurlijk de nummers van het toen nog naamloze nieuwe album. Ik heb alle oudere liedjes keihard meegezongen, tot groot verdriet van mezelf omdat ik Maynard daardoor niet hoorde. Gelukkig kwam dat besef redelijk snel en heb ik de resterende liedjes mee geplaybackt. Bulletje zou trots op me geweest zijn.

Voor het laatste concert van dit jaar bezocht ik met vrienden het o zo mooie Bruxelles. Wat mij vooral opviel aan de stad is dat iedereen er meer zichzelf is. En niet op een dwangmatige manier (‘ik MOET mezelf kunnen zijn’) zoals ze in Amsterdam doen. In Bruxelles zijn ze het gewoon, alsof het de normaalste zaak van de wereld is, EN DAT IS HET OOK. Topstad. In Ancienne Belgique zag ik Heilung, een band met een sound die het best te omschrijven valt als ritualistische vikingfolk. Bandleden met wolvenvellen om, geweien op hun hoofd en beschilderd met waarschijnlijk het bloed van hun slachtoffers, zorgden voor een onvergetelijke avond.

Wat betreft het luisteren van muziek, naarmate het jaar zijn einde naderde begon ik een beetje metalmoe te worden. Het raakte me niet meer en ik luisterde zelfs mijn twee platen van het jaar niet meer. De laatste tijd luister ik veel naar oude funk en soul en ben ik mijn oude liefde voor Aphex Twin aan het herbeleven.

Mijn lijstje was niet moeilijk om te maken. Zoals beloofd staan er twee albums op de eerste plaats.

  1. False – Portent & Obsequiae – The Palms Of Sorrowed Kings
  2. Nick Cave & The Bad Seeds – Ghosteen
  3. Full of Hell – Weeping Choir
  4. Sheer Mag – A Distant Call
  5. Chastity – Home Made Satan
  6. Idle Hands – Mana
  7. Friendship – Undercurrent
  8. Darkthrone – Old Star
  9. Knocked Loose – A Different Shade Of Blue
  10. Kryptos – Afterburner

In 2020 ga ik proberen wat meer te schrijven. Want dat doe ik te weinig. Al is het een recensie, of gewoon iets geks op papier, ik moet het wel blijven doen. Ook al krijg ik het retedruk, toch is het schrijven iets van mij, iets uit mijn eigen wereld. En daar ben ik te weinig.

Tot zover.

(~~+~~)

Peace in

Peace out