Het is fijn wanneer je als reviewer kunt genieten van diverse (metal)genres. Het maakt het schrijven van reviews een stuk gemakkelijker (hoewel het altijd een hele klus blijft). Bij het Australische Ironstone blijkt dat de voorliefde voor verschillende genres ook noodzakelijk is, wnat deze progressieve belofte van Down-Under verweeft diverse metalelementen in het, in basis, progressieve geluid. Met de EP Prophecy legde de band de lat hoog en op de nieuwe EP The Place I Cannot Find vervolgen ze deze ingeslagen weg. En dat juich ik enorm toe.

Meteen bij de start van Brave The Black spat de energie uit de speakers met een metalcoreintro volgestopt met progressieve ritmes. Als vanzelf loopt dit over in een melodieus vervolg. Opvallend en heel prettig is de manier waarop zanger Dan Charlton van een helder stemgeluid over kan schakelen op screams, growls en grunts, daarbij altijd passend bij de sfeer van de compositie. Brave The Black is dan ook doorspekt met elementen uit de metalcore, progressieve metal en djent. En hoewel dat een hoop variëteit is in één compositie verloopt de compositie heel natuurlijk. Het is daarbij het energieke karakter dat je meetrekt en overweldigt.

Met Mr. Struggle begeeft de band zich meer op het progressieve vlak en ligt het accent meer op het alternatieve ritme dat bassist Oliver Hosking en drummer Jackson Whyte neerzetten terwijl Edward Warren met zijn gitaarspel enerzijds volgt maar daarnaast ook een subtiele (wat afwijkende/tegendraadse) melodielijn neerzet. Ironstone is als geen ander daardoor in staat om vanuit verschillende perspectieven de luisteraar op eenzelfde moment te bereiken en te raken. Ook hier schikt Dan Charlton zich qua stemgeluid aan de sfeer van het moment.

Naast de diverse metalinvloeden is Ironstone niet vies om experimentele accenten in te bedden in het totale geluid. Vanuit het vertrouwde geluid krijgt Who Scares Who wat technosubtiliteiten mee, heeft Edward Warren zijn djentinvloeden meer naar voren gezet terwijl de refreinen heel melodieus worden aangereikt en er zelfs een snufje Elvis (Can’t Help Falling In Love) te bemerken valt. Naar het einde toe weet Dan Charlton extra kracht mee te geven voordat de compositie via een djenttwist rustig afloopt met een enigszins klassiek outro.

De progressieve kern in het geluid van Ironstone komt zeker tot recht in Shiny Things. De gitaarriffs zijn heerlijk dwars ingebed in een prettige melodie dat zich verder in een rustig tempo vervolgt. De theatrale screams van Dan geven de compositie verder een pittige bijsmaak. Wanneer Edward dan nog even een funky intermezzo inzet ben je verkocht. Met To Be Like You lijkt Ironstone een meer mainstreamgeluid na te streven maar de stijl- en tempowisselingen verhoeden dat. Ook hier een funky bijna djentachtig gitaargeluid dat met het onregelmatige drumritme de progliefhebber moet doen watertanden. En dan wordt er nog even een flinke groove tegenaan gegooid en laat Dan zijn ‘innerdemons’ even vrij.

En wanneer Staring At The Sun zich aanmeldt, krijg je het idee dat hier de gevoelige snaar wordt geraakt, maar heel in de verte laat Edward zijn gitaarsnaren alvast opwarmen en wanneer Dan “I don’t give a fuck about your expectations” zingt en uitspreekt en gevolgd wordt door een djentondersteuning weet je dat het toch nog even ouderwets genieten wordt van een heerlijke, gerust weergaloze, progcompositie met het gevarieerde aanbod aan muzieksmaken die Ironstone je hier voorzet.

Met de EP The Place I Cannot Find zet Ironstone de belofte dat zij het nieuwe progressieve talent van Down-Under zijn opnieuw op scherp. Wat mij betreft hoeven ze niet verder te zoeken naar een plaats, want die zou zich moeten bevinden op de diverse (prog)festivals wereldwijd. Can’t Help Falling In Love with this music.