Na twee slopende festivaldagen voelt de derde dag het zwaarst. De ergste hitte lijkt dan wel achter ons te liggen, maar met temperaturen die nog altijd ruim boven de dertig graden uitkomen, blijft het afzien. De vermoeidheid begint zich ondertussen op te stapelen. Korte nachten, lange festivaldagen en de aanhoudende warmte eisen langzaam hun tol, maar ik kijk uit naar deze dag, vooral naar La Dispute. Daarnaast staan met onder meer All Time Low en afsluiter Papa Roach nog genoeg publieksfavorieten op het programma om deze editie van Jera On Air waardig af te sluiten. Nog één keer die zon trotseren dan maar.

Rain City Drive (Eagle)
Vandaag begint mijn dag op het hoofdpodium, waar het Amerikaanse Rain City Drive (6.5) mag aantreden. Voor een halfgevulde tent brengt het viertal zijn mix van alternatieve rock en post-hardcore ten gehore. Bij dit eerste optreden staat het geluid nog niet goed afgesteld, waardoor vooral de drums de mix domineren. Het spaarzame publiek dat is komen opdagen, reageert ook slechts gematigd enthousiast op de emotionele muziek.

De band put vandaag inspiratie uit alle albums, al lijken vooral de oudere nummers beter in de smaak te vallen, met Talk To A Friend als duidelijk voorbeeld. In de meer hardcoregerichte passages wordt hoorbaar waarom Rain City Drive op dit festival thuishoort, terwijl de rustigere momenten worden ontvangen door een publiek dat ontspannen meedeint. Deze opener speelt een leuke show, maar is zeker niet memorabel te noemen.

Our Mirage (Vulture)
Na Rain City Drive is het de beurt aan het Duitse Our Mirage (7) in de Vulture-tent. De band is afkomstig uit de grensstreek en speelt een moderne variant op het metalcore-genre. Op de introklanken van Linkin Park’s In The End is het de bedoeling dat de bandleden het podium opkomen, maar de backingtrack blijft hangen. Na een klein technisch probleem kan het optreden eindelijk beginnen.

Helaas blijft er nog steeds een echo in de tent hangen, waardoor de eerste nummers niet helemaal goed uit de verf komen. Toch mogen de Duitsers rekenen op springend en moshend publiek tijdens het merendeel van de set. Zelfs op dit vroege uur wagen enkele bezoekers zich aan een crowdsurf. Wanneer halverwege de set ook de geluidsproblemen worden verholpen, blijkt Our Mirage een prettige opwarmer voor deze laatste dag. Afsluiter Through The Night roept daarbij de meeste reacties vanuit het publiek op.

Catch Your Breath (Eagle)
Op deze vroege middag blijven we in de alternatieve sferen, want ook Catch Your Breath (7) brengt een mix van alternatieve rock en post-hardcore, waarbij de nadruk duidelijk ligt op de vocalen van Josh Mowery. Het positief ontvangen debuutalbum Shame On Me heeft de Amerikanen uit Austin veel gebracht en daardoor zijn de verwachtingen voor opvolger Not Broken Enough hooggespannen.

Vandaag krijgen we een evenredige verdeling tussen beide platen, waardoor ook al veel materiaal van het aankomende album wordt prijsgegeven, waaronder Blood Money en [Gen]Inside. Het geheel klinkt modern, niet alleen door de gesproken passages van de zanger, maar vooral door de vele backingtracks en interludes die het optreden extra kracht bijzetten, maar ook vertragen.

Catch Your Breath is geen dertien-in-een-dozijnband en flirt geregeld met progressieve elementen, zoals te horen is in de baspartij van doorbraakhit Dial Tone en de riffs in titelnummer Shame On Me. Helaas wil het publiek nooit volledig loskomen, terwijl de band duidelijk meer verdient dan het vandaag krijgt van de aanwezigen.
Clitteband (Raven)
Terwijl op de Sparrow Stage Taxitaxi de bezoekers vermaakt, zoek ik de Raven-tent op voor Clitteband (7.5). Van verkoeling is daar nauwelijks sprake, maar dat sluit juist weer aan bij de boodschap die de Hilversumse artpunkband wil overbrengen. Met een combinatie van rauwe energie, humor en scherpe teksten zet Clitteband feminisme nadrukkelijk op de agenda.

Halverwege de set begeeft de drumster zich het publiek in om een speech te houden over feminisme in Nederland. Ondanks de verzengende hitte speelt Clitteband een overtuigende set. Hopelijk zet het de aanwezigen niet alleen aan het denken, maar nodigt het ook uit om de muziek na het festival nog eens aandachtig terug te luisteren. (LV)

Ten56. (Vulture)
Om drie uur is het tijd voor de laatste toevoeging aan de line-up, nadat Scowl en Harms Way noodgedwongen hebben moeten afzeggen. Ten56. (6.5) is het door Aaron Matts opgerichte vervolg op Betraying The Martyrs, nadat die band uit elkaar ging. In tegenstelling tot zijn voormalige band richt dit vijftal zich op een zware mengeling van deathcore en nu-metal.
Ook vandaag klinkt Ten56. loodzwaar, waarbij drummer Arnoud Verrier indruk maakt met zijn bijdrage aan de nietsontziende breakdowns. De frontman bespeelt het publiek vakkundig en zorgt er eigenhandig voor dat de pit op gang komt. Met zware basklanken, lage grunts en laaggestemde gitaren leveren de heren prima uitvoeringen van Diazepam en Snapped Neck. De start-stopriffs en breakdowns geven het publiek alle ruimte om stevig op elkaar in te beuken, terwijl het snellere Yenta wordt aangegrepen voor een female-only moshpit. Sinds het veelbesproken incident bij End It is het bananenpak opnieuw opvallend populair en ook Aaron blijft dat niet ontgaan. Hij roept iemand in een bananenpak naar voren om volledig los te gaan. Ten56. speelt naar behoren, maar gedenkwaardig wordt het helaas nooit.
Zalm (Raven)
Dan is het in de Raven-tent tijd voor een lokale held. Mike Dobber betreedt als soloartiest de kleine Hawk-tent om zijn electrogrindproject Zalm (7.5) ten tonele te brengen. Waar normale bands als doel hebben om volle zalen te trekken, is het doel van Mike om volle zalen leeg te trekken. Dat gebeurt dan ook zorgvuldig. Bij aanvang is het namelijk overladen vol, maar halverwege is daar weinig van over.

In een klein half uur jaagt hij moeiteloos een stortvloed aan nummers door de speakers, ergens op het snijvlak van noise, grind, punk en elektro. Het ene moment horen we weer een audiofragment en het andere moment krijgen we de meest onvoorspelbare beats naar ons hoofd geslingerd, met daaroverheen de meest ontoegankelijke schreeuwen van het festival. Zalm is snel, Zalm is herrie en Zalm is hilarisch. Of het nu de grappen tussendoor zijn of de unieke muziek, de show is van begin tot eind een bijzondere beleving.

La Dispute (Eagle)
La Dispute (7) uit Grand Rapids, Michigan staat al bijna twintig jaar aan de voorhoede van de post-hardcore wederopstanding samen met bands als Defeater en Touché Amoré. Met het zesde album No One Was Driving The Car vers onder de arm, wordt geopend met de nieuwe nummers I Shaved My Head en Man With Hands And Ankles Bound. Direct valt op dat het publiek verdeeld is: waar de ene helft volledig opgaat in de emotionele teksten van Jordan Dreyer, weet de andere helft zich minder goed raad met het gesproken woord van de Amerikanen. Bovendien blijken de nieuwe teksten nog niet zo diep in het geheugen gegrift als de nummers waarmee La Dispute zijn eerste sporen verdiende.

De spaarzame explosieve momenten zijn tijdens The Most Beautiful Bittter Fruit het lange epos King Park, dat draait om de beruchte schietpartij in het gelijknamige park. Verder lijkt het optreden vooral te werken voor de echte liefhebbers en dat ligt beslist niet aan de band. De poëtische teksten en jazzy instrumentaties worden namelijk uitstekend live vertolkt.

Na een idealistische speech van de frontman resten nog slechts vier nummers. De twee afsluiters zijn afkomstig van het debuutalbum en dan gaat het eindelijk los zoals het bij een La Dispute-show hoort. Het liefdesnummer Andria is de eerste, waarbij wordt meegeklapt op de iconische riff. Als slotstuk volgt Such Small Hands, dat met zijn speelduur van een minuut gek genoeg is uitgegroeid tot een emo-klassieker. La Dispute bewijst uit uitmuntende muzikanten te bestaan, maar laat ook horen beter tot zijn recht te komen in een eigen zaalshow.

Kanonenfieber (Vulture)
In de Vulture-tent staat misschien wel de minst typische band van het weekend. Kanonenfieber (8.5) is het blackened-deathproject van de Duitse muzikant Noise, die naast zijn werk met Leiþa en Non Est Deus hiermee zijn derde soloproject vormgeeft. Hij wordt live vergezeld door vier uitstekende muzikanten, die samen diverse verhalen uit de Eerste Wereldoorlog vertolken.
Met gesproken tussenstukken, een overvloed aan vlammen en kanonschoten, zijn de showelementen ruimschoots aanwezig. Tegelijkertijd komt de band instrumentaal bijzonder strak voor de dag. Het geluid is niet perfect, maar de emotie achter de muziek van Kanonenfieber is door de hele tent voelbaar. Zelfs op dit punkfestival trekken Noise en consorten genoeg geïnteresseerden. Helaas blijft het voor een deel van het publiek bij nieuwsgierigheid en na enkele nummers wordt het zichtbaar iets leger.
Vooral in de aanstekelijke refreinen en stevige passages weet Kanonenfieber het publiek naar zijn hand te zetten. De Duitse refreinen zijn natuurlijk ook heerlijk om mee te schreeuwen, zoals ook gebeurt bij Fasnacht en Der Maulwurf. Ook de ombouw van het podium past geheel in de sfeer van deze show. Zo verandert een deel van het decor in een boot, waarop de frontman tijdens Kampf Und Sturm plaatsneemt. Vijftig minuten lang worden we meegezogen in een reis door de Eerste Wereldoorlog, waarbij drummer Hans zich in een volledig geeft. Alleen dat verdient al groot respect.
We Came As Romans (Buzzard)
Door de R&B-intro raak ik even verrast en vraag ik me af of ik wel bij het juiste optreden sta, maar het is toch echt We Came As Romans (7.5) dat uiteindelijk opent met Bad Luck. Ook na het overlijden van Kyle Pavone gaat de band nog altijd succesvol door en voelt deze stage vooral te klein voor een metalcoreformatie van dit formaat.

Het fundament van toetsen vormt nog altijd het handelsmerk van de band en in combinatie met volle gitaarlagen levert dat nummers op die zowel catchy als stevig zijn. De afgeladen tent geniet zichtbaar en headbangt synchroon mee op nummers als Cold Like War. De Amerikanen grijpen de gelegenheid aan om stagedivers uit te dagen, wat niet alleen resulteert in fanatieke sprongen vanaf het podium, maar ook in crowdsurfende kinderen op de lichamen van hun ouders.

We Came As Romans heeft een druk schema, want eerder vandaag stond de band ook al op het Duitse Vainstream. De cleane zang van Dave Stephens lijdt hier hoorbaar onder door de combinatie van vermoeidheid en hitte. Daardoor laat hij de zanglijnen meer dan gebruikelijk over aan het publiek, wat bij bijvoorbeeld Darkbloom goed werkt. Het nieuwe No Rest For The Dreamer wordt opgedragen aan iedereen die een carrière in de muziek ambieert en kan vervolgens rekenen op applaus en een moshpit. Met Daggers als afsluiter komt de Europese tour van We Came As Romans ten einde.

Dog Eat Dog (Hawk)
Dog Eat Dog (4) laat even op zich wachten en begint iets later dan gepland, maar na een kleine tien minuten komen de heren alsnog het podium op. Ook zij arriveren namelijk rechtstreeks vanaf Vainstream. Daarnaast is dit weekend het enige moment waarop Dog Eat Dog in Europa te zien is. De mix van alternatieve rock en hardcore krijgt met een DJ en saxofoon twee opvallende toevoegingen, maar eerlijkheidshalve weten ook die elementen het matige optreden van vandaag niet te redden. De fut is eruit en ook het publiek lijkt te vermoeid om in de muziek op te gaan.
De teleurstellende uitvoering van Isms blijkt dan ook een voorbode van wat volgt. Er zit weinig tempo in de set en de enige lichtpuntjes zijn de hits Who’s The King, Rocky en No Fronts, die door de overgebleven bezoekers nog wel worden meegezongen. Verder krijgen we vooral een ondermaatse en ongeïnspireerde show voorgeschoteld.
Hatebreed (Vulture)
Onder de klanken van Motörhead’s Ace Of Spades komen de laatste toeschouwers haastig de tent binnen, waarna bandleider Jamey Jasta en zijn kompanen het podium betreden. De agressieve mix van hardcore en metalcore zorgt direct voor gebalde vuisten en fans die de teksten van I Will Be Heard luidkeels meebrullen. De rollende drumfills van Matt Byrne en de volle bastonen van Carl Schwartz geven de muziek van Hatebreed (9) bovendien net dat extra interessante randje.

Wanneer wordt teruggegrepen naar het album Supremacy met To The Threshold, horen we een lompe en vastberaden band die er alles aan doet om de tent op zijn kop te zetten, ondersteund door rook en vuur. Jasta kondigt enthousiast aan dat binnenkort het negende album verschijnt en vraagt het publiek om toestemming om nieuw materiaal te mogen spelen, welke groovend en verdomd lekker uit de hoek komt.
Sick Of It All krijgt vervolgens de eer toebedeeld als uitvinder van de wall of death, waarna Hatebreed met de ball of death een eigen draai aan dat fenomeen geeft. Tijdens Destroy Everything (inclusief dat lekkere basloopje dat absoluut het vermelden waard is) wordt een grote zwarte bal het publiek in geslingerd.

Ook is het mooi om Wayne Lozinak weer op zijn vertrouwde plek te zien, nadat vorig jaar een hersentumor bij hem werd verwijderd. Alleen daarom al is hij As Diehard As They Come. Met de furieuze afsluiter Looking Down The Barrel Of Today klinken de laatste minuten van dit jaar in de Vulture-tent. Toch vind ik het persoonlijk jammer dat In Ashes They Shall Reap de setlist vanavond niet heeft gehaald. Hatebreed kwam, zag en overwon, en laat de tent murw geslagen achter. Er rest nog maar één ding: Papa Roach.
Papa Roach (Eagle)
De eer om het festival af te sluiten kan met een gerust hart worden toevertrouwd aan Papa Roach (7.5). De band rond zanger Jacoby Shaddix en gitarist Jerry Horton draait inmiddels al meer dan dertig jaar mee en beleefde begin jaren 2000 een enorme populariteitspiek met albums als Infest en Getting Away With Murder. Vandaag krijgen we een redelijk gevarieerde setlist voorgeschoteld, waarin ook ruimte is voor nieuwer werk. De band heeft namelijk eindelijk een nieuwe plaat aangekondigd en opener Even If It Kills Me werd recent nog als single uitgebracht.
Toch doen opvolgers Blood Brothers en Dead Cell het beter, waarbij tijdens laatstgenoemde wordt gevraagd om het refrein mee te schreeuwen. Dat lukt de matig gevulde tent moeiteloos. Heel druk is het vandaag niet, mogelijk door de naderende storm, het late tijdstip of de schoonheidsfoutjes die Papa Roach zich veroorlooft. Toch is het optreden van begin tot eind een feest.
Uiteindelijk wordt het voor Shaddix zelfs een familiefeestje, want tijdens de nieuwe singles See U In Hell en Braindead wordt hij respectievelijk bijgestaan door zijn kids Jagger en Brixton. Vocaal is het niet altijd even sterk, waarbij vooral de achtergrondzang van Tobin Esperance en Jerry Horton geregeld vals klinkt. Gelukkig maken de visuals veel goed en is het spel van de band zelf beduidend overtuigender.
Na een emotionele speech volgen de melancholische tracks Scars en Help, waarna een blik op de klok laat zien dat de reguliere speeltijd eigenlijk voorbij is. Daar denkt het vijftal echter anders over, want Papa Roach plakt er nog een kwartier aan vast. Zo krijgen we een uitgebreide toegift met Between Angels And Insects en een nu-metal-medley met fragmenten van Korn, Deftones, Limp Bizkit, System Of A Down en uiteraard Papa Roach zelf. Zoals verwacht vormt Last Resort ook vandaag de afsluiter, waarbij zelfs nog een snippet van We Will Rock You van Queen voorbijkomt. Papa Roach sluit deze editie van Jera On Air op vermakelijke wijze af.
Na drie dagen, tientallen optredens en ontelbare stappen te hebben gezet, zit de 32e editie van Jera On Air erop. Het uitgebreide hitteplan bewees gedurende het hele weekend zijn waarde. Een extra vermelding voor de meer dan honderd vrijwilligers die ervoor hebben gezorgd dat het festival veilig doorgaan. Naast gevestigde namen kregen ook jonge bands en opkomende acts volop de ruimte om zich te bewijzen. Dank gaat uit naar de organisatie, alle artiesten en natuurlijk naar de bezoekers, die er samen opnieuw een bijzonder weekend van maakten. Op naar de 33e editie in 2027.
Foto’s Liza van de Ven & Charlotte Grips
Verder waren fotografen Liza en Charlotte nog bij andere optredens, waarvan hieronder een aantal foto’s te zien zijn:












