Body Count’s In The House! De legendarische rapmetalgroep rondom frontman Ice-T maakt weer een tour door Europa, waarbij er veel festivals worden aangedaan en af en toe is er ruimte voor een clubshow. Nadat de band de afgelopen jaren al eens te zien was in Doornroosje in Nijmegen en in Paradiso te Amsterdam was het nu aan 013 in Tilburg om te mogen genieten van dit grootse collectief.

Dat er veel fans naar deze show hadden uitgekeken was meteen zichtbaar in de zaal. Het aantal shirts met het bandlogo waren binnen luttele seconden al niet meer op twee handen te tellen en niet voor niets was het druk bij de barriers van de grote zaal in Tilburg. Het publiek werd ondertussen opgewarmd met de klanken van heel wat nu-metal-klassiekers, waarna voor de eerste malen de lichten doofden in de 013. Als support was Blackgold ingeschakeld, een nu-metalband uit Londen, die vanaf het startschot alles uit de kast haalden. Het half uur wat Blackgold werd gegund werd dan ook meer dan optimaal benut. Zo was er genoeg te zien op het podium, de band was gehuld in allerlei maskers, waardoor het bij deze show meer draaide om de muziek en de kunsten van het collectief dan van iemand specifieks. Blackgold speelde nu-metal in de stijl van Limp Bizkit, zo was een live-dj aanwezig om te scratchen, voldoende gitaren, een drumkit en een opgefokte frontman om de menigte op te zwepen. Daarnaast deden de maskers en outfits ook wat denken aan Wes Borland, die ook vaak in een vermomming op het podium te zien is. Blackgold zweepte de boel graag op, liet hun raps en beats door de speakers schallen en nodigde het publiek graag uit om mee te doen. Naast hun eigen rapnummers droog bracht met ook nog een ode aan de Beastie Boys, wat voor een positieve uitwerking op het publiek werkte. De toeschouwers in 013 waren in ieder geval goed opgewarmd en klaar voor het echte werk.
Rond de klok van negen uur was het dan ook tijd voor the real deal. Body Count opende zoals gewoonlijk met Body Count’s In The House, wat zorgde voor een springende menigte in de 013. Het publiek ging direct uit hun dak, sprong en danste er vrolijk op los en maakte tussendoor snel een foto van the original Ice-T. De alombekende rapper werd vergezeld door een sterke live-band bestaande uit twee gitaristen, een basgitarist en een drummer, maar ook nog twee achtergrondrappers waaronder Ice T’s zoon Little Ice. De bandleden krioelden vrolijk door elkaar op het podium, waardoor er altijd wel iets te zien was op het grote podium in Tilburg. Daarnaast liet Body Count nummers horen uit het gehele oeuvre , wat door het publiek van a tot gort werd meegerapt, de vele fans in de zaal lieten overduidelijk van zich horen.

Body Count riep ook op om zich voluit te laten horen en zien. Zo mocht de circlepit niet ontbreken, moesten de vuisten de lucht in en wou Ice-T al die motherfuckers wel eens horen schreeuwen. Het was overigens niet alleen de frontman die hier tot opriep, zijn zoon Little Ice deed ook graag een duit in dat zakje. Little Ice was wat met grote regelmaat bij de barriers te vinden om de boel op te peppen of stuiterend over het podium, waarbij hij ook vaak de randen van het podium opzocht. Eigenlijk zocht iedereen wel contact met het publiek, zo werden er gekke bekken getrokken, vloog er regelmatig een plectrum door de lucht of was het de grimas van Ice-T die boekdelen sprak. De band had er zin in, net zoals het publiek.
Tussen de vrolijkheid en chaos door was er uiteraard ook ruimte voor een serieuze boodschap. De problemen in de wereld waar men zich ten tijd van de oprichting van de band in de jaren ’90 mee bezighield waren eigenlijk in al die jaren zelden afgezwakt. Zo maakte Ice-T zich druk over de politiek in zijn eigen land, over de huidige president, maar ook het het wereldwijde thema racisme, wat her en der blijft oplaaien. Het uitdragen van de boodschap was dan ook aan Body Count welbesteed, maar of het publiek in Tilburg gaat zorgen voor een echt verschil is nog maar te bezien. Zij gingen in ieder geval uit hun dak op de bekende klanken, de harde gitaren en de opzwepende songs. Van There Goes The Neighborhood, Manslaughter tot aan Pyschopath, alles werd met open armen ontvangen en meegerapt. Het waren overigens niet allemaal eigen songs die te horen waren in 013, zo bracht men met Disorder een ode aan de punkrock van The Exploited.
Een avond met Body Count kan niet worden afgesloten zonder dat ook Cop Killer had geklonken en wederom trilde de zaal in Tilburg op haar grondvesten. Uit volle borst werd de song meegezongen en keek men naar de inmiddels 68-jarige frontman die deze songs net zo met overgave bracht als voorheen. Vervolgens introduceerde Body Count een nieuw experiment in 013, wat men het virtuele toegift noemde. Zo had de band geen zin om het podium te verlaten en dan na een paar minuten terug te keren. Men zou het licht doven, het publiek mocht hun naam roepen en dan zouden de lichten weer aangaan en Body Count zou dan doen alsof ze helemaal verwonderd waren dat men nog meer wou…
Uiteraard werd dit experiment met luid gejuich ontvangen, waarna het dus tijd wed voor het toegift, waarbij al snel duidelijk zou worden dat gecommuniceerde speeltijd van anderhalf uur niet gehaald zou worden. Body Count startte het toegift met klassieker Born Dead wat door velen werd meegezongen. Men was dit nummer uit de beginperiode van Body Count dan ook niet vergeten en stiekem werd er op nog meer oud materiaal gehoopt, maar met This Is Why We Ride kwam er een einde aan deze fantastische show, waarna er al snel drumsticks, plectrums en setlists door de zaal vlogen. Body Count deed wat er van ze werd verwacht, Body Count Was In The House!