Tijdens een boeddhistische periode kwam ik vaak in wereldwinkels. Ik kocht er kettinkjes, armbandjes met ronde kralen en boekjes met volksverhalen. Het was er altijd net niet rommelig, het rook er altijd naar wierook en achter de toonbank stond altijd een hippie. Verrassend. De vijf Japanners die de groep Kikagaku Moyo vormen (Japans voor geometrische patronen), zouden zo aan de slag kunnen bij zo’n winkel. Begonnen als straatmuzikanten in Tokio door Go Kurosawa en Tomo Katsurada (die het platenlabel Guruguru Brain runnen vanuit Amsterdam), zijn ze nu een band geworden die het classic rock geluid van de jaren 60/70 doordrenken met psychedelica en folkinvloeden. Vierde plaat Masana Temples is opgenomen in Portugal door jazzgitarist Bruno Pernadas en dit is een plaatje naar mijn hart.

Dit album is een conceptalbum van een twintiger die leeft op het platteland in Japan en met de fietstaxi naar de grote stad reist en weer terug. Hij is gek van oude films en op zijn kamer hangt onder andere een poster van Jackie Chans Drunken Master en Shaft. Onderweg ziet hij kabbelende beekjes, groene rijstvelden en oude mannen die tai chi oefenen. In de rijstvelden wordt met de hand rijst geoogst en in het gras liggen kinderen in hun blote bast te zonnen. Als de fietstaxi de standplaats in de stad nadert stapt de jongen uit en betaalt de man. Hij loopt de stad in en eet een bordje rijst met vis bij een eettentje. Daarna loopt hij een bar binnen waar een bandje speelt. Hij bestelt een biertje en kijkt hoe de band speelt. Hij hoort duidelijk classic rock, progrock uit de jaren 60/70, maar ook folk elementen worden in de mix gegooid evenals Indiaanse muziek, er wordt zelfs een sitar bespeeld. Na vier biertjes is het optreden afgelopen en na een toegift loopt de band van het podium. Bij de uitgang van de bar staat een kraampje waar de jongen een plaat koopt van de band. Met de plaat onder zijn arm loopt hij terug naar de standplaats van de fietstaxi. Tijdens de reis terug wordt het langzaam donker. De bestuurder van de fietstaxi wijst de jongen op een deken dat in de hoek ligt. Gewikkeld in het deken valt de jongen langzaam in slaap.

Conclusie: Is Kikagaku Moyo wat rustiger geworden op Masana Temples? Misschien, maar die rust maakt dit album qua dynamiek erg mooi. Een prachtnummer als Dripping Sun doet in het begin aan het intro van Shaft denken, dan transformeert het naar progrock en dan in een kalm folk liedje. Fluffy Kosmisch neigt weer naar dreampop zoals Yo La Tengo evenals Majupose (heerlijk basloopje). Nana blijft toch wel het nummer dat het langst blijft hangen in je hoofd en Gatherings is dan het wakkerworden-wakkerworden-wak-chick-chick-chick nummer van het album met een scheurende openingsriff. Afsluiter Blanket Song luister je natuurlijk onder een dekentje bij de open haard.

Op een schaal van 1 tot 10:

8.5