Ryo Okumoto – The Myth of the Mostrophus coverEen nieuw soloalbum van Spock’s Beard-toetsenist Ryo Okumoto, ruim twintig jaar na zijn vorige album met nieuw materiaal, het geweldige Coming Through.

Op dat vorige album schreef hij het materiaal zelf of met Neal Morse en waren naast de leden van Spock’s Beard ook Glenn Hughes (Deep Purple, The Dead Daisies), Bobby Kimball en Steve Lukather (Toto), Michael Landau en Simon Phillips (Toto, Derek Sherinian) te vinden.

Op dit album is er nog veel langere lijst gastmuzikanten, veelal direct of indirect betrokken bij zijn bands Spock’s Beard en ProgJect. De enige die ik niet kende was Michael Whiteman, zanger/gitarist van de Britse proggers I Am The Manic Whale. Hij was samen met Okumoto verantwoordelijk voor het songmateriaal en zingt op twee van de zes tracks. Maar dan zijn er ook nog Nick D’Virgilio, Dave Meros, Alan Morse, Ted Leonard en Jimmy Keegan uit Spock’s Beard, Steve Hackett (Genesis, GTR), Michael Sadler (Saga), Mike Keneally (Steve Vai), Jonathan Mover (Marillion, GTR), Marc Bonila (Asia), Doug Wimbish (Living Colour), Randy McStine (McStine & Minnemann) en Lyle Workman (Todd Rundgren, Jellyfish). En dan laat ik er nog een heel stel weg… Progroyalty!

Opener Mirror Mirror is gezongen door Nick D’Vigrilio en is ook tekstueel een verwijzing naar de Star Trek-episode waar Spock’s Beard naar genoemd is. Met ook Dave Meros en Alan Morse op deze track kan het geen verrassing zijn dat het erg op het materiaal van die band lijkt. Een prima Spock’s Beard-track, maar geen eigen Okumoto-gezicht. Turning Point wordt gezongen door Saga’s Michael Sadler en huppelt van pop naar jazzloopjes naar prog. Het heeft daarmee een prettige lichtheid die me erg goed bevalt.

Whiteman zingt The Watchmaker (Time On His Side) en Maximum Velocity. Dat Okumoto Whiteman’s stem prettig vindt snap ik wel, want die zit niet zo ver van zowel Nick D’Virgilio als Ted Leonard. The Watchmaker (Time On His Side) is een seventies-progtrack á la Styx. Catchy, een rockvibe, refreintje-coupletje-refreintje, maar een stuk langer dan een minuut of vier door de toetsen- en gitaarcapriolen. Maximum Velocity begint ingetogen en slaat vervolgens om in een mid-tempo melodieuze rocker, die wel doet denken aan Asia en vooral GTR. En jawel, hier is Steve Hackett present in het het toetsen-gitaarduel met Okumoto.

McStine neemt de ballad Chrysalis voor zijn rekening. Afgezien van de baslijnen van Doug Wimbish vind ik dit een track die maar niet pakkend wil worden. Best aardig, maar ook de track die je als eerste vergeten bent. Dat geldt niet voor het titelnummer, al was het maar omdat dat niet minder dan 22 minuten lang is. Het wordt gezongen door D’Virgilio en Leonard, terwijl hier ook alle andere Spock’s Beard-leden en ex-leden te vinden zijn, en dat hoor je. Tegelijkertijd is het niet de klapper die je zou verwachten. Daarvoor blijft het teveel als aaneengeplakte afzonderlijke stukken aanvoelen.

Coming Through ging iets meer richting rock en fusion, waar The Myth of the Mostrophus wel echt een progplaat is. met veel prachtige gelaagde koortjes, tempowisselingen en solo’s. Okumoto is bij Spock’s Beard een echte rocktoetsenist – meer Derek Sherinian dan Jordan Rudess, zeg maar – en dat is hij hier gelukkig ook. Dat neemt niet weg dat deze plaat veel meer Spock’s Beard ademt dan de vorige, wellicht omdat die band al jaren min of meer stilligt.

Zelf had ik gehoopt op een tweede Godzilla vs. King Ghidarah, de heerlijke openingstrack van Coming Through. The Myth Of The Mostrophus is echter een melodieuze progplaat van voor tot achter, waarbij eigenlijk alleen Turning Point stevig afwijkt, en dat vind ik wel een gemiste kans. Maar goed, liefhebbers van melodieuze prog zullen zich nog steeds enorm vermaken met dit album.

De lijst met gastmuzikanten was vorige keer erg bepalend voor de stijl en dat is ook nu het geval. Maar wie van de rocktoetsenist Okumoto houdt, zal The Myth Of The Mostrophus zeker ook de moeite waard vinden.

Ryo Okumoto website