Hardcore tijd in Hall of Fame! Een prima zaal voor dit soort shows. Niet zo groot dat de sfeer van hardcore verdwijnt, niet zo klein dat je geen spinkick kunt ontwijken. Met een mooi line-up van drie energieke bands een veelbelovende avond.
Altijd spannend, naar een show met het openbaar vervoer. Je zult het maar net treffen dat de treinen vertraging hebben of zelfs niet. Ik loop deze avond tegen het laatste aan, dus moet helaas opener Defiance missen. Wat ik hoor van andere bezoekers wel een prima show, hoewel ze de beloofde 30 minuten niet vol maken.

Ik ben gelukkig wel mooi op tijd voor het Canadese Don’t Try. Voor mij de eerste keer dat ik ze live zie, maar duidelijk populair bij het publiek. Ik hoor ook regelmatig terug, later, dat dit voor veel bezoekers de verrassing van de dag was. Het werkt live dan ook zeker goed. Vocalist Maxime weet het publiek goed op te zwepen en zijn schreeuw is energiek. Energiek zijn zeker ook de andere bandleden die op het podium staan te stuiteren. Het moderne hardcore geluid met een paar lekkere priemende riffs op nummers als Crumbs klinkt bijzonder lekker. Oudere hardcore gasten achter in de zaal, die zich lig liever niet mengen tussen de spinkicks in de frontlinie komen door die muzikaliteit ook aan hun trekken.
Begin dit jaar stond Slope ook al in Tilburg. Toen mochten ze in de grote zaal van 013 openen voor Lionheart. Maar nu dus een eigen headliner show. In een stuk kleinere zaal, maar toch dat ze nu bovenaan de affiches staan. Het is ze gegund. De mannen komen sympathiek over en hebben er duidelijk zin in. Vocalist Fabio Krautner stuitert over het podium en de minieme bindpraatjes zijn vooral dankbetuigingen aan het publiek. De catchy combinatie van funk en hiphop met hardcore werkt live gewoon geweldig. Of je nu wil staan swingen op de beats van Just Do You, headbangen op de zware tonen van Born Low of gewoon wil springen op Goodbye Mr. Dandy, beweging is gegarandeerd. Bijna een uur weet de band de band de aandacht op zicht gevestigd te houden, inclusief kort toegift.
En de trein terug naar huis, die we met tevreden gezichten namen? Die ging gelukkig net zo lekker als de bands.