Dat rasmuzikanten dezelfde taal spreken en elkaar altijd weten te vinden bewijst de nieuwe heavy metal formatie Spirits Of Fire. De band mag dan nieuw zijn, de bezetting is – met respect – qua leeftijd best oud te noemen. Want tel de leeftijden van Tim Owens (Judas Priest, Iced Earth): zang, Chris Caffery (Savatage, Trans-Siberian Orchestra): gitaar, Steve DiGiorgio (Fates Warning, Testament): basgitaar en Mark Zonder (Fates Warning, Warlord): drums bij elkaar en je komt ruim over de 200 jaar.

De bandnaam is simpel genoemd naar een van de nummers op het titelloze debuutalbum. Waar dat normaal gesproken precies andersom is… Gebrek aan originaliteit mag de ruim 200-jarige bandleden dan ook best verweten worden. Persoonlijk had ik ‘Anno Domini 1967’ een betere bandnaam gevonden. Immers, drie van de vier bandleden zijn in dat jaar geboren. Maar dat geheel terzijde.

Het vat waar de heren op hun debuutalbum uit tappen is klassieke heavy metal. De muziek kan het best omschreven worden als een mix van (jaren tachtig) Savatage, Judas Priest en Metal Church. Op het album van ruim 60 minuten staan 11 nummers die in lengte variëren van vier tot ruim zeven minuten.

Het album opent met Light Speed Marching. Al snel wordt duidelijk dat de mannen er geen gras over laten groeien. Heavy speed en trash metal gitaarriffs bestoken je trommelvliezen. Tim “Ripper” Owens laat horen dat hij een fenomenale strot heeft, getuige zijn sterk op Rob Halford gelijkende zang. Ook met All Comes Together komt het vuur genadeloos uit je speakerboxen. Het titelnummer Spirits Of Fire opent veelbelovend met snelle staccato gitaarriffs van Chris Caffery. Man, man, wat gaat hij toch lekker ouderwets los op dit album. Omdat Tim Owens hier naar mijn smaak regelmatig ‘over the top’ gaat doet dat lichte afbreuk aan het geheel. Ook compositorisch vind ik het matig en te categoriseren als ‘van dik hout zaagt men planken’. Gelukkig blijkt dit het enige smetje op het album. De fraaie solo’s van Chris Caffery ten spijt.

Met It’s Everywhere lijkt even een rustpunt te zijn aangebroken. Je hoort wat akkoorden op akoestische gitaar. Maar plots verbreekt Tim Owens die rust en ontwikkeld zich een nummer wat naar gelang hij vordert steeds beter op stoom komt. De zang is lekker rauw en Caffery fietst gelijk wielrenner Dylan Groenewegen over zijn gitaar. Met het centraal op het album gelegen A Game breekt dan echt het rustpunt aan. Een minutenlange trage en slepende groove gelardeerd met met bluesy gitaar. Halverwege wordt het tempo opgevoerd en ontpopt de zang van Owens zich als die van AC/DC’s Brian Johnson. Maar het is toch Chris Caffery die weer de show steelt zodra er nog verder wordt doorgeschakeld richting Judas Priest-achtige metal. Dit ruim zeven minuten klokkende nummer vind ik dan ook een van de hoogtepunten van het album.

Stand And Fight, Meet Your End en Never To Return zijn aangenaam luistervoer voor de liefhebbers van respectievelijk Queensrÿche, Mötley Crüe en Dio. On The Path kent aan het begin een paar rustige minuten. De zang van Owens doet hier weer denken aan die van Axl Rose. In het tweede deel gaat het gas er geleidelijk aan weer op en trekt Chris Caffery ook weer hevig van leer, lees ‘aan zijn snaren’. Afsluiter Alone In The Darkness is donker en somber met een licht melancholische ondertoon. Een prima nummer, maar niet om een spetterend album mee te besluiten naar mijn mening. Ondanks dat er in de laatste minuten hoop doorklinkt.

Spirits Of Fire is een band waar we terdege rekening mee moeten houden. Je zou een tikje onbeleefd kunnen zeggen dat de oudjes het nog prima doen. Vooral Chris Caffery klinkt hier als in zijn beste jaren. Of zijn die jaren nu pas aangebroken? Kortom, een enorme aanrader deze schijf.