The Great White Nothing is een nieuwe Belgische postmetalband. De leden komen uit bands als Mindwar, Nether, Black Narcissus, Hamelin en Soul Grip en dat schept wel wat verwachtingen. Dat ‘grote witte niets’ van de bandnaam verwijst niet naar pakweg een wolk of een leeg blad papier, maar naar Antartica. Een prima thema dat vanuit de Lage Landen nog niet zo heel vaak werd verkend. Passage I: Melancholia is hun debuutalbum.

Deze nieuwe band vindt inhoudelijk inspiratie bij de vroegste ontdekkingsreizigers van de poolgebieden, een onderwerp waar België wel wat mee heeft. Muzikaal wordt de postmetal van The Great White Nothing gemengd met black en prog. Denk aan de rauwe intensiteit van een Amenra of Wiegedood, al zijn er ook heel etherische, akoestische passages. Ze spelen met de extremen en dat is mooi, want als luisteraar heb je pas door hoe hard en intens iets klinkt als je er ook het helemaal tegenovergestelde naast zet. Muzikaal zijn de atmosferische stukken vaak interessanter en sterker of breder uitgewerkt dan de agressieve partijen, die vaak eenzelfde patroon lijken te volgen.
Bij postmetal gaat het over emoties en dan heb je uiteraard wel wat mogelijkheden als je poolreizigers als thema neemt: vertwijfeling, eenzaamheid, waanzin, ontbering, desoriëntatie, verdriet en verlies, de kracht van de natuur, … Veel daarvan lijkt aan bod te komen, al zit er wel heel veel agressie in dit album en agressie is nu niet iets dat ik met het thematische concept van deze band relateer. De melancholie van de albumtitel is voor mij ook niet de sterkste emotie die ik associeer met Antartica, maar dat zal voor iedereen verschillend zijn.
Mijn favorieten op dit album zijn St. George, Everything Forever en There, Where The Waves Are Still. The Great White Nothing levert een heel interessant debuut, maar de verwachtingen op basis van de vorige bands waar de leden in speelden en op basis van het achterliggende concept worden misschien (nog) niet helemaal ingelost.