Generation Axe - The Guitars That Destroyed The World - Live In China coverOnder aanvoering van Steve Vai trekken sinds 2016 vijf gitaristen die elk afzonderlijk zalen kunnen uitverkopen door de VS en Azië onder de naam Generation Axe. In Europa moeten we het met het livealbum van de Aziatische tournee doen.

De vijf zijn naast Steve Vai Nuno Bettencourt (Extreme), Zakk Wylde (Black Label Society, Ozzy), Tosin Abasi (Animals As Leaders) en Yngwie Malmsteen. Dat zijn mannen van veel nootjes per seconde, maar zeker Vai, Bettencourt en Wylde weten hoe ze die ook in echte songs weten te verpakken. Bij opener Foreplay (Boston) en afsluiter Highway Star (Deep Purple) staan ze alle vijf op het podium, bij de andere tracks zijn ze solo of in andere combinaties te horen. De andere muzikanten zijn fusiondrummer JP Bouvet, bassist Pat Griffin (o.a. Dweezil Zappa) en toetsenist Derek Sherinian (Sons Of Apollo, ex-Dream Theater).

Tosin Abasi is de eerste die solo te horen is met de Animals As Leaders-tracks Tempting Time en Physical Eduction. Dat zijn hardcore progmetaltracks vol tempowisselingen en heel, heel veel nootjes. Bij de laatste track is ook Nuno Bettencourt al van de partij, die vervolgens onder de titel A Side Of Mash een Extreme-medley ten gehore die uiteraard begint met Flight Of The Wounded Bumblebee. Daarna komt Zakk Wylde hem bijstaan in de Citizen Cope-cover Sideways, waarna Wylde solo een heavy versie van Whipping Post (The Allman Brothers) ten gehore geeft. Sideways en Highway Star zijn de enige songs met zang, de rest van het album is volledig instrumentaal.

Vervolgens is het de beurt aan initiatiefnemer Steve Vai met Bad Horse en vervolgens aan Yngwie Malmsteen voor een medley van zijn tracks. Bij zijn track Black Star wordt hij bijgestaan door Vai. Daarna is het de beurt aan Edgar Winters Frankenstein met Vai, Bettencourt, Wylde en Abasin, voor er wordt afgesloten met het hiervoor al genoemde Highway Star.

Zoals ik al zei zijn dit mannen die geacht moeten worden de vele nootjes in echte songs te verpakken. Alleen Malmsteen en Abasi zijn mannen waarbij de songs nog wel eens het omhulsel van de solo zijn. Dat is op zich niet zo erg, als de andere drie wel voor de songs zorgen. En daar zit het probleem: dat lukt lang niet altijd. Bij Nuno Bettencourt lijkt hem dat vooral in de band te zitten en dan met name Bouvet en Griffin. De funk ontbreekt volledig door die rechttoe rechtaan beukende ritmesectie en ook elders lijkt het onderscheid tussen de gitaristen wat weg te vallen door het gebrek aan variatie in de ritmesectie. En zo wordt het ineens precies wat je niet wilt: een album met bijna voortdurend nootjes op topsnelheid. En dat tachtig minuten lang. De keuze van Vai’s Bad Horsie is daarbij ook niet gelukkig. Met bijvoorbeeld Tender Surrender (dat hij op de Amerikaanse tour speelde) had hij aan de afwisseling kunnen bijdragen, nu is het de zoveelste moddervette track met veel nootjes.

Gelukkig wordt het halverwege nog onderbroken door de twee tracks met Zakk Wylde, die bovendien niet op topsnelheid zijn. Best opmerkelijk is ook dat juist Malmsteen’s Black Star (met Vai) ook rustiger passages oplevert.

Of het nu door de selectie voor het livealbum komt of dat de hele optredens zo waren kan ik niet beoordelen. Het resultaat is niettemin een album waarop veel minder afwisseling te horen is dan waar deze mannen toe in staat zijn. In plaats van synergie wordt het min-ergie: het totaal is minder dan de som der delen. En dat had ik niet verwacht.

Generation Axe website