
Amper drie maanden na de aankondiging van alweer het zesde album van de toch wat melancholische rockers uit rockers uit Ohio mogen we luisteren naar Halcyon Blues. Het is een combinatie van hét bekende geluid van de band – een bijna dromerig, maar toch minder vrolijk geluid waar je tegelijkertijd ook juist vrolijk van wordt (tot je écht naar een deel van de tekst luistert) – ook deze keer hebben ze het voor elkaar gekregen om zowel innovatief te zijn als vast te hebben gehouden aan hun eigen sound. Als je als band als zeventien jaar bestaat, is het niet gek dat er ergens een moment komt waarop het voor iedereen duidelijk is dat er een definitief eigen geluid is, dat moment is nu. Voor de fans die hebben op mogen groeien met deze band, zou Halcyon Blues een mooie kans kunnen zijn om stil te staan bij de doorgemaakte groei. Voor een deel van de fans (en casual luisteraars) is het wellicht ook fijn om een zomerse plaat te beluisteren terwijl je in je zwarte shorts en band t-shirt smelt in de zon.
Het album opent direct met de klapper Good Fortune waarbij we als luisteraar worden begroet met aanwezige drums die pijlsnel worden gevolgd door het bekende dromerige bekende geluid. Hoewel het ongetwijfeld makkelijk is om ritmisch mee te tikken op het ritme, de songtekst laat blijken dat hier toch wat negatieve reflectie aanwezig is. “You’re not good for me and I’m no good for you” maakt kenbaar dat niet iedere groei altijd uit even positieve hoek komt. Het volgende nummer I Can See You From Here blijft in dezelfde thematische sfeer. Persoonlijk ben ik meer fan van deze track, vanwege de dromerige sound, het catchy refrein en de nog steeds subtiel aanwezige boosheid. Het heeft iets bitterzoets dat wellicht direct verband houdt met de bitterzoete ervaring van ouder worden en terugblikken op bepaalde ervaringen.
De titeltrack Halcyon Blues blijft in de trend waarbij er wederom spijt wordt uitgesproken over een vorige ervaring/relatie. Op melancholische wijze wordt afscheid genomen van een oude relatie (of goede vriendschap) met de instrumentale combinatie die we van deze band gewend zijn. Het creëert een bijna verdovende sfeer die het luisterplezier (met name onder een schijnende zon) zeker ten goede komt.
Halverwege het album wordt ruimte gemaakt om adem te halen met het opvallend rustige Always the Last One to Leave. Uiteraard gaat deze ballad niet enkel gepaard met een emotionele en melancholische tekst, maar ook met het bekende gitaargeluid van deze band.
Verder in het album worden we weer wakker gemaakt met het hardere Matador dat iets weg heeft van het geluid van Gorillaz in het eerste refrein. Al snel wordt het gevolgd door de invloed van Turnstile. Of het een bewuste keuze is geweest om deze samen te voegen, of dat het een kwestie van inspiratie tijdens het schrijven is geweest, maakt niet zo veel uit. Wat wel uitmaakt, is het feit dat deze combinatie voor een origineel nummer zorgt dat lekker weg luistert, geef me er zo nog maar een paar.
Het album sluit af met het eerder uitgebrachte Highs and Lows waarbij de drums om de oren vliegen. De samenwerking van de instrumenten (waaronder een heus strijkorkest) met de zang heeft als uitkomst dat je kennis mag maken met één van dé alternatieve rocknummers waar deze band zo goed in is. Nostalgisch en toch verfrissend met een groot refrein en emotionele storytelling in de songtekst. Met het zachtere met net zo gevoelige Anne wordt het album afgesloten. Over nummers die perfect zouden zijn als afsluiter van een coming of age film gesproken. Gelukkig werkt Anne ook briljant als een afsluiter voor een album waarbij de zekerheid dat verandering aanstaande is (maar ook niet altijd groots aanwezig hoeft te zijn), laat dat nu even goed uitkomen.