Soms komt er iets op je pad waarbij je meteen iets hebt van “hier moet ik echt meer van weten”. 

Gnome bestaat al sinds 2016 en is een trio uit de omgeving van Antwerpen. Dat humor onderdeel uitmaakt van het gehele concept bewijzen de heren door zichzelf allen Kevin te noemen. Om toch de benodigde onderscheid te kunnen maken is niet zomaar eenvoudig gekozen voor de makkelijke weg. Ieder een andere kleur puntmuts toe kennen zou alsnog voor veel verwarring kunnen leiden. Nee, ze hebben gewoon simpel de namen begrijpelijker gemaakt voor de gemiddeld ontwikkelde mens. We hebben Kevin op gitaar, Kevin junior achter de drums en Little Kevin op bas en gitaar. Op zich wel erg fijn, want een vergissing is natuurlijk snel gemaakt.

Zelf had ik nog nooit van dit olijke drietal gehoord tot ik onlangs ergens de videoclip van het nieuwe nummer Wenceslas langs zag komen. Het is lang geleden dat ik zo gelachen heb om de droge humor in een muziekvideo. Zodoende dus ook de aanhef bij dit artikel: “hier moet ik meer van weten”, want hier ga ik niet zomaar aan voorbij. Dus de insteek bij de clip is bij deze zeker cum Laude geslaagd.

King is het tweede album dat natuurlijk veel meer is dan humor alleen. De muziek omschrijven ze zelf als “psychfuzzriffpartydoomstoner” en “muziek voor lichaam en geest”. Dus dat klinkt inderdaad heel serieus. Op het podium is het natuurlijk ook fun and laughter waarbij de heren in een kabouterpak grappen en grollen. Maar wat heb ik hier aan als ik lekker muziek wil luisteren thuis? Uiteraard helemaal niets. Dus laat ik dit allemaal even los en concentreer me op waar ik voor ben aangenomen.

Om de band iets beter te leren kennen heb ik eerst naar het debuut Father of Time uit 2018 geluisterd. Het omvat tien puur muzikale tracks. Uptempo, krachtige stoner dat vooral in mijn ogen erg goed in elkaar steekt. Het klinkt lekker zwaar en melodieus. Er zijn niet veel bands die dit soort muziek maken en het dan ook nog een aandurven om relatief lange tracks te schrijven. Het moet de luisteraar wel blijven boeien en vermaken. Er moet variatie genoeg in zitten om de aandacht vast te kunnen houden. Op de plaat staan totaal vier nummers langer dan zeven minuten, waarvan de afsluiter Restless Giant zelfs ruim tien. Door de vele riffs, tempowisselingen en melodielijnen is het een album dat zeker aan eerder genoemde eisen voldoet en mijn aandacht prima vast kan houden.

Zoals gezegd ligt er nu dus een vers album in de lokale platenpaddestoel. King heeft in tegenstelling tot het vorige wel wat vocalen toegevoegd gekregen. En stiekem ben ik daar wel heel erg blij mee. Voor mijn gevoel kan een band niet jaren lang vernieuwend blijven, in deze stijl, met alleen maar instrumentale muziek. Ambrosius is de openingstrack en laat horen wat er vocaal allemaal in huis is. Krachtig, tegen de grunt aan en best veelzijdig. Het vult de muziek erg goed aan en maakt het meer “echte liedjes”. Een hele grote, en zeer positieve, verandering van spijzen. Frank Rotthier van Rockstar Recordings heeft de opnamen, tussen de Corona lockdowns door, gedaan. Het geluid van het album is zeer goed te noemen. De riffs klinken fris over de logge en stampende basis van bas en drums.
Voor het nummer Your Empire hebben de heren zelfs hulp gekregen uit Ijsland. Niemand minder dan Oskar Logi, de zanger van The Vintage Caravan, heeft een vocale bijdrage geleverd. Net als op het vorige album is de afsluiter een regelrechte epic. In bijna twaalf minuten vertellen de gitaren, ondersteund door een vocaal intermezzo, het verhaal van een peloton vogelbekdieren (Platypus Platoon).

Al met al een zeer geslaagde opvolger dat, mede door de toegevoegde vocalen, een grote stap voorwaarts is. Mijn persoonlijke hoogtepunt ligt ergens halverwege bij de uiterst vrolijke en eerder benoemde single Wenceslas, met in de clip een eigen versie van Studio 100 klassieker de Kabouterdans.