Goed, laat ik meteen maar bekennen dat ik Echo and the Bunnymen eigenlijk alleen ken omdat Coldplay ooit hun Lips Like Sugar coverde, en omdat Chris Martin ooit een duet opnam met Ian McCulloch, Sliding. Later kwam ik er pas achter dat dit de frontman van Echo & the Bunnymen was. Met deze bekentenissen uit de weg wist ik dat ik me deze avond kon laten verrassen om te horen hoe de band een leek als ik zou kunnen overtuigen. 

Om kwart over acht betreden de zes die samen Echo & the Bunnymen vormen het podium. Op het laatste moment was-‘ie uitverkocht, de Jupiler-zaal in het nieuwe 013. Alhoewel, op het laatste moment; het was er wel érg druk in de kleine zaal van de Tilburgse popzaal. Later zou blijken dat dit het enige minpunt was dat er deze avond te bespeuren was.

De band begint te spelen in een welhaast verduisterend licht, waardoor de eerste paar new wave-nummers des te beter tot hun recht komen. Alsof dat nog niet donker genoeg was droeg Ian McCulloch zijn kenmerkende zonnebril stoïcijns. Je zag meteen, dit is een man met een persoonlijkheid. Een Liverpudlian met bravoure – de eerste keer dat het publiek moet meezingen en dat niet naar behoren doet, bromt hij ‘you’re shite‘ in de microfoon, al dan niet met spot. Niemand die zich er aan stoort: liefhebbers van de muziek nemen dat voor lief. Daarna maakt hij het wel goed: ‘Tilburg pisses over Hengelo‘, verwijst hij naar het concert van de dag ervoor waar het publiek blijkbaar een onvoldoende scoorde.

Gelukkig is, naast de zaal, McCulloch zelf ook prima bij stem. Op basis van wat recente YouTube-registraties hield in m’n adem een beetje in, maar de zanger was op geen fouten te betrekken. Feilloos stuurde hij zijn stem van donker gebrom tot een iele en bijna paniekerige kopstem. Zijn stem geeft extra kleur aan het geluid van de band. De muzikanten zijn goed op elkaar ingespeeld, het geluid staat uitstekend, en het publiek wordt steeds enthousiaster meegenomen in een zorgvuldig opgebouwde setlist. Vooral het einde van de reguliere set, met The Killing Moon en daar achteraan een venijnig scherpe The Cutter, laten het publiek euforisch achter voor de encore.

Waar in de reguliere set twee maal The Doors als cover voorbij komen, is in de encore Take a walk on the wild side van Lou Reed aan de beurt. Echo en zijn konijnenmannen sluiten hun zegetocht af met het lekkere Lips Like Sugar, het slotstuk van 90 foutloze minuten. Dat nummer was mijn enige herkenpunt, maar dat kon mijn pret niet drukken. Ik verliet volledig overtuigd van deze ijzersterke live-band de zaal.