Danny Elfman cover“Danny Elfman, moet ik die kennen?”, denk je nu misschien. Nou en of. Sterker nog, je ként zijn werk. Van de Simpsonstune bijvoorbeeld, of van de soundtracks van de meeste Tim Burton-films, de Men In Black-films en Good Will Hunting.

Elfman was ooit lid… nou ja, zanger, gitarist, producer en enig songwriter van de cultband Oingo Boingo. Qua soloalbums is in dit in zijn ruim veertigjarige carrière echter het eerste echte solorockalbum. En het is bijna net zo gevarieerd als de hele carrière van Elfman. Van pop tot metal, pakweg van Sparks tot Nine Inch Nails en Devin Towsend, en zelfs een paar keer strijkers. Met natuurlijk Elfman als middelpunt. Verder is op Big Mess als vaste kern te vinden drummer Josh Freeze (Dweezil Zappa, Nine Inch Nails, Rob Zombie) , gitaristen Robin Finck (Guns N’ Roses) en Nili Brosh (The Iron Maidens, Dethklok) en bassist Stu Brooks (Mike Patton, Dr. John).

Mij verbaast het vooral dat Elfman niet al een flinke discografie aan soloalbums heeft. Big Mess bevat niet minder dan achttien tracks die misschien het beste onder het paraplubegrip avant-garde-rock passen. En toch was dat allemaal niet eens gepland. Na een bezoek aan Coachella in 2019 ontstond het plan om weer eens te gaan optreden. Dat wilde hij niet met uitsluitend zijn filmmuziek doen, dus hij schreef wat een track om mee te openen. En toen corona toesloeg schreef hij nog wat tracks. En toen nog wat. De Trumpjaren in de VS en corona samen zorgden voor een verbeten sfeer die je vooral terug ziet komen in de teksten. In Happy is hij allesbehalve gelukkig en Sorry draait uiteindelijk uit op de regel ‘Sorry you exist because you suck the fucking air”. Muzikaal zou je dan misschien verwachten dat het oo muzikaal hard en verbeten moet zijn, maar dat valt mee. Het is beslist rock, maar daarbinnen kan het veel kanten op. Een ‘Big Mess’, volgens Elfman zelf.

Het album bestaat uit twee delen, de eerste acht tracks persoonlijker en meestal iets ingetogener, de rest een slag energieker. Soms is het stevig rockend, richting industrial, dan weer een stuk proggier, soms zijn het het ingetogen soundscapes met gedragen zang (In Time), in een track als Dance With The Lemurs hoor je in de zang dat hij ook flink beïnvloed is door David Bowie – een invloed die je vaker hoort. Het eerder genoemde Happy doet me door de zang en de basis van elektronica juist weer sterk denken aan Sparks, maar dan met periodiek vette gitaren. Kick Me is juist weer een korte, snelle metaltrack. En zo heeft elke track zijn eigen sfeer, zijn eigen kenmerkende riff, zanglijn of synthloopje.

Het grappige is dat dit album in achttien tracks een mooie samenvatting is van wat Elfman de voorgaande veertig jaar heeft gedaan. Er zitten heel wat stukken in waar je een film bij zou kunnen verwachten, moddervette gitaren maar ook heel poppy stukken en een Danny Elfman die met zijn stem in al die verschillende sferen uit de voeten kan. Een Big Mess? Een muzikaal smörgåsbord, spannend en gevarieerd.

Danny Elfman website