
Zo in het nieuwe jaar kom je er altijd weer achter dat er nog bijzondere albums zijn blijven liggen uit het oude jaar. Albums die het wel verdienen om benoemd te worden. Eén van die albums is The Archaeoptimist van Spock’s Beard. Deze band heeft zich in de afgelopen dertig jaar gevestigd in het centrum van de progressieve muziek/rock.
Dit nieuwe album komt hoofdzakelijk voort uit de creatieve spinsels van toetsenist Ryo Okumoto, die samen met Michael Whiteman (I Am The Manic Whale) verantwoordelijk is voor het concept op het album. Centraal staat de compositie en titelnummer The Archaeoptimist dat met 21 minuten een hele zit kan zijn. Het vertelt het verhaal van een jong meisje dat door haar vader wordt opgevoed in een wereld na een catastrofe, en haar weg van inspiratiebron naar leider. De compositie lijkt toch voorbij te vliegen. Het is heel mooi neergezet en de progrockliefhebbers kunnen hun hart ophalen bij het horen van dit epische stuk muziek. Muzikaal valt de zang van Ted Leonard op en de link naar de symfonische rock uit de vorige eeuw waarbij namen als Styx of Alan Parsons passend zouden zijn. Maar de compositie zou zijn schoonheid verliezen wanneer er niet voldoende afwisseling zou zijn in het verhaal. En het zo leuk wanneer na viereneenhalve minuut er plots een onverwachte wending komt en een groovy funky karakter het overneemt om na twee minuten weer een andere richting op te bewegen. Meer richting de ouderwetse rhythm’n blues. Bijzonder is het contrast tussen de experimentele progrock die we later benoemen in de review en de gangbare aanstekelijke melodie die hier neergezet wordt. In de totale tijdsduur kom je meer van dit wendingen tegen dat ontegenzeggelijk de diverse stadia van het leven van het meisje ‘belichaamt’. Dat Ryo Okumoto aan het roer staat, wordt op driekwart van de compositie duidelijk naar voren. Zijn solo vraagt alle aandacht, maar hij treedt ook weer snel bescheiden naar de achtergrond.
Naast dit epische centrum vind je nog vijf andere composities die variëren in thema, van obsessie met iemands werk of taak tot overpeinzingen over het verstrijken van de tijd en het voortgaan ondanks obstakels. Zaken die ons allen niet vreemd zijn.
Het album start met Invisible, een compositie waarbij ik weer sterk aan het geluid van Styx moet denken. Aan de andere kant is het onmiskenbaar Spock’s Beard wat de klok slaat. Het ritme is fijn en ook hier komt het toetsenspel van Ryo sterk naar voren, maar het stoort helemaal niet, hoewel hij best veel ruimte krijgt vooral naar het einde toe. De ritmesectie blijft strak ondersteunen en geeft het geheel de vaart die het nodig heeft. Met Electric Monk vervolgt Spock’s Beard zijn weg. De start is sterk om daarna over te gaan in een stuk muziek dat ergens iets weg heeft van een soundtrack. Na drie minuten krijgt het geheel een heel ander karakter. Meer rust en rustig achterover leunend. Maar voordat de toetsen het geheel overnemen, keert de band terug naar de basis.
Een sprong op het album brengt ons naar St. Jerome In The Wilderness. Met bijna negen minuten een fijne compositie waarin het symfonische karakter sterk aanwezig is. Eigentijds met een historisch accent waarbij ook een band als The Little River Band qua invloed genoemd mag worden. Het geheel is neergezet volgens een beproefde blauwdruk. Een stuk piano, variatie in tempo en intensiteit en impulsen van lekkere rock, maken van deze compositie een fijne luisterervaring. In Next Step krijgt het een vervolg. Rustig wordt er gestart met een pianorecital. Het is retrosymfo waarin het gehele assortiment aan elementen de revue passeert. Ergens zijn er zelfs wat folkinvloeden aanwezig. Spock’s Beard is niet vies van wat zijstappen om het gevoel muzikaal over te brengen.
Afourthoughts is daar zeker een voorbeeld van. De uitstap hier is fors en je kunt rustig zeggen dat je toch een geoefend progrockluisteraar moet zijn om de complexiteit en het experimentele karakter een plaats te kunnen geven. Wat hier opvalt is de veelzijdigheid aan zang. Er is veel variatie en ook de samenzang past goed. Je zou het bijna een rockopera kunnen noemen. Zeker wanneer er een a-capellastuk ingepast wordt. Het bouwt zich daarna mooi op naar een funky keysolo. Even geheel op het andere been gezet, is het zeker even schakelen en ik kan me heel goed voorstellen dat sommigen hier wat moeite mee kunnen hebben.
The Archaeoptimist is een bijzonder album in de beste traditie van Spock’s Beard. De ervaring leert bij deze band dat je verschillende progressieve kanten op kan gaan. Het komt op dit album allemaal terug en over de hele linie kan ik alleen maar concluderen dat het een lekker album is. Ga ze daarom zien in februari in Zoetermeer.