
Een van de kleurrijkste en onconventionele platen van dit jaar is ongetwijfeld Goh-Ka van het Japanse avantgarde metalgezelschap Sigh. Reden genoeg om met zanger/componist Mirai Kawashima van gedachten te wisselen over het ontstaan van de nieuwe plaat, de muzikale samenwerking met drummer Mike Heller en gitarist Frédéric Leclercq en de huidige wereldwijze J-Pop rage.
Dag Marai, laten we beginnen met de recente Europese toer van Sigh. Hoe is het een en ander verlopen?
De toer is erg goed verlopen. Met Tino uit Finland hadden we een geweldige drummer, waardoor we lastige nummers zoals Unkamusho en Finale: Hangman’s Hymn konden spelen. Het publiek vond het helemaal geweldig en over de bezoekersaantallen hadden we niets te klagen.
Goh-Ka, het nieuwe album, is een van de beste albums die ik dit jaar heb gehoord. Het neemt de luisteraar mee op een emotionele en exotische reis door dromen en nachtmerries. Wat vind je zelf van het uiteindresultaat?
Dankzij de bijdragen van Mike Heller, Frédéric Leclercq en andere gastmuzikanten is het album nog beter geworden dan had ik durven dromen. De productie van Lasse Lammert past perfect bij mijn muzikale visie. Ik ben een zeer tevreden man.
Goh-Ka lijkt een conceptalbum te zijn. Wat kan je hierover vertellen?
Het centrale thema op het album is Kuso-zu, de traditionele schilderkunst dat laat hoe een lijk wegrot. Het is de essentie van Boeddhisme, namelijk dat niets voor eeuwig blijft bestaan. Het najagen van eeuwige jeugd bijvoorbeeld, is een zinloze bezigheid. Jeugd vergaat immers op een zeker moment. Vier nummers op het nieuwe album gaan over deze thematiek, maar een conceptalbum zou ik Goh-Ka niet willen noemen. De albumtitel heeft drie betekenissen, namelijk het hellevuur dat zondaren verbrandt, het grote vuur dat de aarde verteert en karma. Twee nummers op het album zijn geïnspireerd door Jigokuezu, een aloude schilderkunst met visioenen over de hel.
Duidelijk een infernale aangelegenheid. Hoe is het creatieve proces verlopen voor Goh-Ka?
Ik heb altijd een notitieschrift binnen handbereik om ideeën om te schrijven. Soms ontstaat een idee tijdens een wandeling en soms speel ik wat op een gitaar en ontstaan ook ideeën. Als zo’n idee concrete vorm aanneemt, maakt ik er een demo van op mijn pc. Vervolgens blijf ik net zolang aan de demo in kwestie sleutelen totdat ik volledig tevreden ben. Vervolgens stuur ik de complete demo’s door naar de betrokken muzikanten en zij nemen hun partijen op eigen gelegenheid. Zo is het ook met Goh-Ka gegaan.
Naast Frédéric Leclercq, heeft ook Mikael Åkerfeldt (Opeth) bijgedragen aan het nieuwe album. Op welke manier zijn zij betrokken geraken bij her proces?
De bijdrage van Mikael is op een natuurlijke manier ontstaan. Toen ik bezig was met de gitaarsolo voor Unputenpu belde hij mij toevallig op. Spontaan stelde ik voor dat hij die gitaarsolo voor zijn rekening zou nemen. Gelukkig stemde hij toe. Opzettelijk heb ik hem niet verteld naar wat voor een solo ik voor ogen had, dus hij had alle ruimte om zelf met iets te komen. Hij is een geweldige gitarist, dus die solo stond heel rap op band. Frédéric is een goede vriend van mij en we kennen elkaar al twintig jaar. Toen we bezig waren met Shiki, onze plaat uit 2022, was ik gedwongen om de toenmalige gitarist zijn congé te geven. Toen heb ik Frédéric gevraagd om hem te vervangen. Die samenwerking is mij dermate goed bevallen dat hij sindsdien bij iedere plaat van Sigh is betrokken.

Een andere vaste gast op nieuwe albums sinds Shiki is drummer Mike Heller (o.a. Fear Factory). Op welke manier tilt hij het muzikale geheel naar een hoger plan?
Toen ik met Shiki bezig was, waren de muzikale beperkingen van de andere bandleden mij een doorn in het oog. Ik was de vijftig ruim gepasseerd en ik wist niet hoeveel albums ik nog met Sigh wilde maken. Resoluut gooide ik het roer om en ik wilde alleen nog meer werken met echt getalenteerde muzikanten. Dat is precies waarom ik met Mike en Frederic wilde werken. Beiden zijn enorm getalenteerde muzikanten. Als drummer is Mike ongeëvenaard en zijn bijdragen hebben onder andere Shiki en Goh-Ka naar een veel hoger niveau getild.
Dat kan je wel stellen. Vorig heb je met Sigh een aantal oude platen opnieuw uitgebracht, waaronder Hail Horror Hail en Infidel Art. Hangman’s Hymn uit 2007 is zelfs helemaal opnieuw opgenomen. Wat is de reden achter dit indrukwekkende project?
Hangman’s Hymn is een van mijn beste creaties, maar vanwege een aantal fouten heeft de plaat nooit zijn volle potentieel bereikt. Zo is het drumwerk ontzettend monotoon, de originele productie was ook niet geweldig en over de kwaliteit van het gitaarwerk wil ik al helemaal niet beginnen. Sinds het uitbrengen van het album in 2007 wilde ik het opnieuw opnemen met muzikanten die hun vak verstaan en een studiotechnicus die weet wat hij doet. En ja, over de huidige versie, heruitgebracht als I Saw The World’s End (Hangman’s Hymn MMXXV) ben ik volledig tevreden. De andere albums die je noemde, is een ander verhaal. Meerdere labels hebben geprobeerd die albums opnieuw uit te brengen, maar dat liep iedere keer spaak op juridische gronden. Peaceville pakte dit keer wel door en kwam met ons oude label Cacophonous tot een vergelijk. Ik vind het fantastisch dat die oude albums eindelijk weer beschikbaar zijn voor onze fans.
Japanse en Zuid-Koreaanse culturele uitingen zijn erg populair aan deze kant van de planeet. Heeft dit mogelijk ook een positieve uitwerking op Sigh?
Eerlijk gezegd zou ik het niet weten. Ik ben me van bewust dat anime en popmuziek uit Japan en Zuid-Korea globaal erg populair zijn. Of dit ook voor extreme metal uit Japan geldt, weet ik niet. Sigh is een extreme metalband en ik denk dat onze muziek te onconventioneel is om echt een groot publiek aan te spreken. Het is ook niet iets dat ik bewust nastreef. Als we voor een publiek van vijfhonderd man spelen, vind ik dat al goed genoeg.
Sigh is een van de kleurrijkste metalbands op deze planeet en de muzikale evolutie die jullie in de afgelopen dertig jaar hebben doorgemaakt, is adembenemend te noemen. Waar komt deze muzikale visie vandaan?
De afgelopen dertig jaar ben ik als persoon en als muzikant gegroeid. Ik heb nieuwe instrumenten leren bespelen en ik heb ook genoeg muziektheorie bestudeerd. Het resultaat van die muzikale reis hoor je terug in onze studioplaten. Ik hou van muziek dat goed in elkaar steekt, maar ook vol zit met rauwe en primitieve energie. Ik wil muziek maken die ik alleen kan creëren en het moet iets unieks hebben. Waarom zou ik mijn tijd verspillen door iets te maken dat al door talloze anderen is gemaakt?
Inderdaad! Kan je misschien ook wat vertellen wat de grootste veranderingen zijn die je de afgelopen dertig jaar hebt meegemaakt als muzikant?
Voor mij is dat je tegenwoordig gewoon thuis muziek kunt opnemen op je eigen computer. In onze begintijd, betaalden we een fortuin aan studiekosten. Nu kan je bijna alles zelf opnemen met een redelijke geluidskwaliteit. Ook kan je ontzettend mooie orkestrale stukken creëren met behulp van een computer. Nu ben ik te oud om me echt bezig te gaan houden met de opkomst van AI, maar dat de inzet daarvan de muziekwereld revolutionair gaat veranderen, staat voor mij als een paal boven water.
Als laatste zou ik graag willen weten wat je als muzikant en componist drijft. Wat motiveert je om na dertig jaar nog steeds muziek te willen maken?
Zolang ik nog het zelfvertrouwen heb dat ik een betere plaat kan maken dan de vorige, blijf ik doorgaan. Ook het vertrouwen en steun van onze fans is cruciaal. Als een van beide wegvalt, stop ik subiet met muziek maken.